door Ronald Meeus ,
James Garner, Elliot Gould, Robert Mitchum, Powers Boothe: allemaal hebben ze hun stinkende best gedaan om Raymond Chandlers ‘hard boiled’-privédetective natuurgetrouw over te brengen naar het witte doek. Maar Humphrey Bogart zette in 1946, amper zeven jaar nadat het boek verscheen, de nog steeds beklijvendste Marlowe neer.
The Big Sleep, gebaseerd op de eerste misdaadroman uit de Marlowecyclus, is niet de belangrijkste prent uit de film noir, maar trok het genre naar de mainstream: de meeste clichés die we vandaag kennen uit de film noir, komen rechtstreeks uit deze prent. Wat - behalve Bogie en de toen pas debuterende Lauren Bacall in de hoofdrollen - ook hielp om van The Big Sleep een klassieker te maken, is de regie van Howard Hawks, een van de cineasten die de Hollywoodfilm hebben gedefinieerd, en die deze film als een stijloefening zag.
Geen slecht voer om op de digicorder te hijsen voor later op de avond. En maak je niet dik als je de plot niet helemaal kunt volgen: toen Hawks tijdens het draaien van de film een plotpunt dat hij niet snapte voorlegde aan schrijver Chandler, wist die het zelf niet meer.
Zondag 6 mei op Eén om 14u05
bron: FWD Magazine