Steeds meer televisies, Blu-ray-spelers en mediastreamers dragen een DLNA-logo, wat staat voor Digital Living Network Alliance. Brengt DLNA ons ook echt een stap dichter bij het beloofde land waar al onze digitale apparaten probleemloos samenwerken? We gaan het na aan de hand van theorie en praktijk.


Ons entertainment gaat de laatste jaren steeds meer de digitale toer op. Je maakt foto’s met een digitaal fototoestel, en downloadt muziek bij verschillende muziekdiensten of ript cd’s naar de computer. Camcorder ruilen tapes in voor een SD-kaart of harde schijf, en ook televisie bekijken we intussen digitaal.

Die evolutie bezorgt ons mogelijkheden waar we vroeger alleen maar van konden dromen, en over het algemeen ook meer gebruiksgemak. Maar die (r)evolutie is niet verstoken van groeipijnen; ze brengt ook een hoop vragen met zich mee. De interoperabiliteit van al die toestellen is daar één van. Of in eenvoudig Nederlands: de mogelijkheid tot onderlinge uitwisseling en/of communicatie.

We willen onze foto’s zonder al te veel gedoe op de televisie bekijken of de muziekcollectie op de computer ook in de woonkamer door de speakers laten gallen. Daarvoor moeten toestellen hun content probleemloos met elkaar kunnen delen over een thuisnetwerk, liefst zonder dat er een technisch genie voor nodig is om alles gebruiksklaar te maken.

Dat ideaalbeeld van het digitale huis waar computers, consumentenelektronica en mobiele technologie naadloos op elkaar aansluiten en samenwerken, is jammer genoeg nog geen realiteit. Maar er wordt wel aan gewerkt, en net daar komen uPnP en DLNA op de proppen.