Drivertypes

Zo goed als alle betaalbare hoofdtelefoons bevatten een dynamische driver, dezelfde soort luidsprekers die in een vloerstaander voorkomen. Zo’n driver is rond, heeft een voice-coil in het midden en een conus. De voice-coil (meestal een spoel van koperen draadjes)
past in een magneetconstructie, die naargelang hoe de stroom vloeit (=geluidssignaal) de voice-coil aantrekt of afstoot. Omdat de voice-coil aan het speakermembraam verbonden is, ontstaat er een pistonbeweging die lucht doet trillen. En dit is hoe geluid geproduceerd wordt.

Het gebruik van verschillende materialen, de constructie van het membraam, het aantal spoelen in de voice-coil... het zijn maar enkele variabelen die de eigenschappen van een driver bepalen.

 



Om één voorbeeld te geven: het drivermembraam zal bij een betere driver voor een hoofdtelefoon groeven of plooien bevatten, zodat de pistonbeweging zo puur mogelijk is. Doe je dat niet, dan ontstaan bijkomende oscillerende bewegingen (breakup of ongewenste frequentiepieken) omdat het materiaal zich moet uitrekken.  Kortom, het is een complexe materie waar veel onderzoek over bestaat.

Overigens, de drivers in een hoofdtelefoon zijn technisch wel hetzelfde als die in je vloerstaanders, maar er zijn ook wat verschillen. Zo hebben de meeste luidsprekers een twee- of drie-wegontwerp, waarbij elke driver slechts een bepaald frequentiebereik moet produceren. De drivers van een hoofdtelefoon moet heel wat breder gaan en zelf full-range het volledige bereik brengen, eventueel ondersteunt door een bassreflex voor de allerlaagste frequenties. Dat is technisch uitdagend.

Veel minder populair zijn planar-magnetische en elektrostatische drivers. Die laatste zijn bijna exclusief het domein van een merk als Stax. Planar-magnetische drivers (soms ook orthodynamisch genoemd) komen echter (opnieuw) weer op het voorgrond, dankzij het straffe werk van Audeze, HiFiman en Oppo.

Bij deze laatste type driver is er geen centrale spoel, maar zijn er in heel het membraam dunne draadjes verwerkt. Achter het membraam zijn er een hoop magneten. Technisch
is dat heel wat complexer, wat ook verklaart waarom planar-magnetische hoofdtelefoons doorgaans meer geld kosten.

Een belangrijk verschil tussen planar-magnetische en dynamische hoofdtelefoons is dat de driver anders beweegt. Een dynamische driver beweegt het sterkst in het midden, en stuurt dus geluid uit van een centraal punt. Een planar- magnetische driver beweegt met zijn hele oppervlakte naar voren.

 


Dat levert een bredere geluidsfront en bovendien zijn er minder problemen met break-up. Ze vervormen dus minder.

Hoewel de magneten bij planar-magnetische koptelefoons vaak voor een hoger totaalgewicht zorgen, is het membraam zelf wel lichter en responsiever dan bij een dynamische driver. Hierdoor reageren planar-magnetische hoofdtelefoons sneller en accurater, met een goede, lineaire basrespons. Hun hoger gewicht leidt echter wel vaak naar comfortproblemen.

Specificaties

Fabrikanten pakken bij hoofdtelefoons graag uit met heel wat specificaties. Wil je echt voor het allerbeste geluid gaan, dan moet je ze leren interpreteren. Een betere hoofdtelefoon is immers het einde van een hele keten.

Niet iedereen zal akkoord zijn met de stelling, maar nog meer dan bij luidsprekers is de versterker bepalend voor de geluidsprestaties van de hoofdtelefoon. Dat komt omdat karakteristieken van hoofdtelefoons vergeleken met die van luidsprekers enorm verschillen, wat de matching met de versterker belangrijker maakt. (Met de nuancering dat bij luidsprekers elementen als de kamerakoestiek en behuizing zwaarder doorwegen). Een hypergevoelige IEM is nu eenmaal iets heel anders dan een op hifi-installaties gerichte over-ears met een hoge impedantie, zoals de Beyerdynamic T1.

Frequentierespons

Een eerste specificatie waar vaak (te) veel aandacht naar gaat, is de frequentierespons. Weten dat een hoofdtelefoon een respons heeft van 10 Hz tot 22 kHz is interessant, maar tegelijkertijd nietszeggend.

De respons zal namelijk niet lineair zijn en de kans is groot dat de allerlaagste en allerhoogste frequenties amper hoorbaar zijn. Bovendien kan het zijn dat een hoofdtelefoon pakweg een zogenaamde V-curve heeft en dus de lage en de hogere tonen sterker weergeeft, en de middentonen minder uitgesproken.

Of anders gezegd: je kunt drie modellen hebben met dezelfde frequentierespons, maar met een heel andere klank.

Omdat de uiterste frequenties altijd flauwer worden weergeven, valt er dus wel iets te zeggen voor een heel brede frequentierespons, zoals je die vindt bij hoofdtelefoons met een hi-resaudio-etiket. Of je nu een believer bent in hi-res of niet, het voordeel van een driver die tot 40 kHz gaat, is dat hij wellicht zeker tot aan de theoretisch hoorbare 20 kHz goed weergeeft. 

gerelateerde items