Op een leeftijd waar de meeste stervelingen stilaan beginnen te denken aan hun pensioen, begon Clint Eastwood stilaan zijn groove te vinden als regisseur. Hij nam zelf al in het zeteltje plaats voor een aantal prenten waarin hij zelf op de affiche stond (Pale Rider, White Hunter Black Heart), maar ook dat ebde weg naarmate zijn carrière als cineast zijn acteursloopbaan begon te overschaduwen.

Ten tijde van Absolute Power (1997), waarin Eastwood nog steevast zichzelf regisseerde, zat hij stilaan op dat kruispunt tussen twee werelden. Hij speelde zijn eigen sterkwaliteit uit als Luther Whitney, een meesterinbreker op jaren die zich per ongeluk de onrechtmatige toegang verschaft tot een landhuis waar de president van de Verenigde Staten ruige seks heeft met een maîtresse, en die vlak na de daad wordt neergekogeld door twee mannen.

Je raadt het natuurlijk al: de miserie begint pas nadat hij ongezien uit het huis is ontsnapt. De echtgenoot van de neergeschoten vrouw (Gene Hackman), tevens een van de grootste steungevers van de president, stelt een onderzoek in, een doortastende flik (Ed Harris) bijt zich in de zaak vast, en twee geheimedienstagenten (Dennis Haysbert - later zelf president in 24 - en Scott Glenn) proberen potjes terug te bedekken.

Dat geeft voer voor een puike thriller, maar het mooie aan Absolute Power is dat hij nog wat verder gaat dan dat: de grote kracht van Eastwoods latere werk is dat hij diep graaft in de relaties tussen zijn personages, en dat zat ook al in deze prent. Zoals de hereniging van Eastwoods dief met diens dochter (Laura Linney), die jarenlang in onmin leefden.

Dinsdag 26 juni op BBC1 om 01u05