Toon alles (8)
Eric  Beeckmans

AUDIO RIPPEN: WELKE INSTELLINGEN KIES JE?
De meest voorkomende digitale media om te rippen zijn cd en DAT (Digital Audio Tape). Cd’s gebruiken een bemonsteringsfrequentie van 44,1 kHz en een 16-bit resolutie, terwijl DAT’s gebruikmaken van maximaal 48 kHz en een 16-bit resolutie.

We raden altijd aan om deze dragers te rippen met die respectievelijke instellingen. Resampling naar hogere frequenties of hogere bitdieptes heeft hier weinig nut, al was het alleen maar omdat de kwaliteit van de resample-algoritmes erg veel uitmaakt.

Analoge media zoals LP’s of audiocassettes moet je zelf digitaliseren, maar welke bemonsteringsfrequentie en bitdiepte gebruik je daarvoor? Ook hier zijn de instellingen voor cd of DAT prima. Heel veel soundcards in computers werken intern echter met een bemonsteringsfrequentie van 48 kHz. In dat geval geven we de voorkeur aan 48 kHz.

Hogere bitdieptes en bemonsteringsfrequenties hebben wel nut als je veel bewerkingen wil doen op je muziek. Zeker voor oudere, analoge media kan dat belangrijk zijn, bijvoorbeeld als je gekraak wil wegfilteren met gespecialiseerde software. In dat geval gebruik je best een bitdiepte van 24 of zelfs 32 bit. Na je bewerkingen converteer je alles naar 16 of 24 bit, wat ruim volstaat voor het afspelen en beluisteren.

De tabel is gebaseerd op compressieresultaten van het album Whoa, Nelly! van Nelly Furtado. De ongecomprimeerde wav-bestanden stellen 100 procent voor. 

Voor FLAC selecteerden we een instelling die qua snelheid en compressie gemiddeld ligt. Voor de eerste drie ‘lossy’ codecs gebruikten we drie variable bitrate-instellingen (VBR) die kwalitatief goede resultaten geven. Tot slot hernemen we mp3 met 128kbps VBR en AAC met 96 kbps VBR als kwalitatieve ondergrens.

 

10/10
gerelateerde items