Als je de klankkwaliteit van je audiosysteem wil verbeteren, staat daar vaak een behoorlijke investering tegenover. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Door de ‘bass management’-instellingen van je av-receiver onder handen te nemen, is vaak een duidelijke verbetering van de geluidsweergave mogelijk. En het kost je helemaal niets…

Maar wat is dat eigenlijk, bass management? Zoals de naam al aangeeft, gaat het over het beheer van de lage tonen in een geluidsysteem. De term bass management komt uit de surround-wereld, maar is ook gedeeltelijk van toepassing op stereo set-up’s.

De reden dat er überhaupt zoiets als bass management nodig is, zit hem in het gegeven dat gewone luidsprekers zelden of nooit in staat zijn om (zeer) lage tonen goed weer te geven. Zelfs niet als het om dure, grote en zware luidsprekers gaat.

In een klassieke stereo-opstelling hebben we te maken met twee geluidskanalen – links en rechts – waarop alle frequenties voorkomen, van de hoogste tot de laagste. Al die frequenties – laat ons zeggen van 20 Hz tot 20 kHz – worden versterkt door de twee kanalen van de versterker, waarna ze worden weergegeven door een koppel stereoluidsprekers.

In dit soort basisopstelling is er geen sprake van bass management. Hoewel zo’n opstelling zeker zijn voordelen heeft, wegen de nadelen een stuk zwaarder door. Verderop komen we daar nog op terug.

LFE
In een 5.1-surround-opstelling waarop een Dolby Digital 5.1-soundtrack van een speelfilm weergegeven wordt, zijn er niet minder dan zes geluidskanalen betrokken. Hetzelfde geldt trouwens voor een DTS-soundtracks en de nieuwere Dolby True HD- en DTS Master Audio HD-geluidsformaten. De vijf luidsprekers uit de aanduiding ‘5.1’ zijn de bekendste: links voor, center, rechts voor, links surround en rechts surround.

Het ‘.1’-gedeelte is een speciaal LFE-kanaal, wat staat voor Low Frequency Effects. Op dit kanaal zetten de makers in principe enkel geluidsinformatie die bestaat uit zeer diepe en luide bastonen. Deze laagfrequente tonen komen voor bij ontploffingen, aardbevingen, lawines, rondhossende dinosaurussen, en ga zo maar door.

Vaak wordt het ‘.1’-kanaal omschreven als het subwooferkanaal, maar dat is niet helemaal correct. Het is integendeel aan de gebruiker om uit te maken door welke luidspreker(s) hij dat LFE-kanaal wil laten weergeven. Maar het LFE-kanaal is niet het enige kanaal in een Dolby Digital-soundtrack waarin lage tonen voorkomen. De andere vijf geluidskanalen kunnen namelijk net zo goed (zeer) diepe basinformatie bevatten.

Er ontstaat dus een stroom van zes geluidskanalen in de av-receiver, en het is aan de gebruiker om te bepalen hoe het laaggedeelte uit al die kanalen weergegeven mag worden.