De buis is terug van nooit helemaal weggeweest, en dat is best verbazend voor een technologie die een tijd lang tot uitsterven gedoemd leek. We zien buizen niet alleen opduiken in versterkers, maar ook in cd-spelers en zelfs in iPod-docks. Wat maakt ze zo bijzonder?

Buizen zijn – of waren, naargelang hoe je het bekijkt – een belangrijk onderdeel in de wereld van elektronische schakelingen. De geschiedenis van de buis – ook wel lamp genoemd – begint in 1904, als de Brit Ambrose Fleming een patent neemt op de elektronenbuis.

Het principe van de buis is gebaseerd op het Edison-effect, ook bekend als thermionische emissie. De gloeilamp die Edison uitvond had namelijk een vervelende bijwerking: de gloeidraad verdampte, waardoor het glas zwart werd.

Hij ontdekte dat hij daar wat aan kon doen door een metalen plaatje aan te brengen tussen de gloeidraad en het glas. Daarbij kwam hij er ook achter dat er een stroom door het vacuüm kan lopen tussen het los opgestelde plaatje en de positieve pool. De oorzaak daarvan zit hem in de losgeslagen elektronen van de gloeidraad.

Maar als in 1947 de transistor op het toneel verschijnt, raakt de buis steeds meer op de achtergrond. Een transistor kan namelijk alles wat een buis ook kan, maar dan beter. Een transistor is veel kleiner en produceert beduidend minder warmte dan een buis. Daarbij heeft de transistor een langere levensduur, is hij minder kwetsbaar en valt hij ook goedkoper uit.

Muzikale buizen
Als gevolg van dit alles zijn buizen logischerwijs nagenoeg volledig verdwenen uit elektronische toestellen. Behalve in de audiowereld dan, en de term audiowereld mag best breed opgevat worden. Zo vinden we buizen niet alleen in hificomponenten, maar ook in pro-audiotoestellen in studio’s en in de versterkers van gitaristen en bassisten.

Want ondanks alle praktische nadelen van buizen tegenover transistors, bieden buizen unieke klankmatige eigenschappen. En precies dat unieke klankkarakter is vandaag de dag het bestaansrecht van de buis. Buizen kunnen namelijk de muziekweergave zo kleuren dat je ze haast als muziekinstrumenten kan beschouwen.

Bij de doorbraak van de transistor in de jaren ’60 haalden hififabrikanten massaal hun buizenversterkers van de markt, om ze te vervangen door transistormodellen. Maar amper enkele jaren later, in 1970, wordt door het Amerikaanse bedrijf Audio Research alweer de eerste ‘nieuwe’ buizenversterker voorgesteld.