Hoe werkt een buis?

De meest eenvoudige buis is de diode. Die bestaat uit een vacuüm getrokken glazen buis waarin een gloeidraad, een kathode (gekoppeld aan de gloeidraad) en een anode (vaak van metaal) zit. Wanneer er stroom door de gloeidraad vloeit verwarmt die de kathode. Dankzij de metaaloxidelaag die daarop is aangebracht gaat de kathode negatief geladen elektronen uitstralen naar de positief geladen anode.

Maar er bestaan ook complexere buizen, waarbij tussen de kathode en de anode één of meerdere roosters worden aangebracht die de elektronenstroom beïnvloeden. Een diode kan trouwens niet worden ingezet als versterkend element: daarvoor is minstens een triode nodig.

Een triode onderscheidt zich van een diode door de aanwezigheid van een zogenaamd stuurrooster. Dankzij dat stuurrooster verkrijg je met een kleine spanningsverandering een relatief grote stroomverandering waardoor (spannings)versterking ontstaat. En die is natuurlijk wel bruikbaar als versterkend element.

Een tetrode heeft twee roosters, waarbij het extra rooster dient om de versterkingsfactor op te voeren. De pentode heeft al drie roosters: een stuurrooster, een schermrooster en een keerrooster. Verder bestaan er ook nog buizen met vier (hexode), vijf (heptode) en zes (octode) roosters.

Om het nog iets ingewikkelder te maken worden vaak ook combinaties van meerdere elektrodensystemen in een enkele buis gehanteerd zoals de dubbeldiode, de dubbeltriode, de trioheptode, enzovoort. Wat muzikale kenmerken betreft, geniet de triode de voorkeur. Dat komt omdat deze een aangenamer soort vervorming produceert dat de pentode.

Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat de vervorming in de tweede harmonischen van een triode veel meer lijkt op wat er bij muziekinstrumenten gebeurt, terwijl vervorming van een pentode in de hogere harmonischen gaat en bijgevolg een stuk onnatuurlijker klinkt. Een nadeel van de triode is dan weer dat ze een stuk minder krachtig is dan de pentode.

gerelateerde items