De pluspunten

Oké, de bestaansreden van buizen zit hem dus in het bijzondere klankkarakter dat ze bieden. Over buizen wordt gezegd dat ze veelal warmer en zachter klinken, en dus een superieure hoog- en middenweergave bieden. Daar zijn verschillende technische oorzaken voor.

Zo is een buizencircuit ontegensprekelijk een stuk eenvoudiger dan een transistorcircuit, wat ervoor zorgt dat het audiosignaal een minder lange signaalweg moet afleggen. Dat betekent dat er onderweg een kleiner risico is op een aantasting van het muzikale signaal.

Zowel transistoren- als buizencircuits introduceren altijd wel enige harmonische vervorming in het signaal en daarmee komen we bij een tweede belangrijk punt. De vervorming die buizen met zich meebrengen klinkt immers een stuk minder onaangenaam dan bij transistors.

De verklaring zit ‘m in de manier waarop die vervorming optreedt. Buizen vervormen namelijk vooral in de lagere harmonischen, terwijl transistors dat vooral in de hogere harmonischen doen. En dat laatste valt gewoon veel meer op voor ons gehoor.

Wat buizen ook interessant maakt, is dat ze een stuk lineairder werken dan transistors. Bovendien werken veel buizen zonder interne tegenkoppeling en is hun dempingsfactor lager. Het gevolg van dit alles is dat een buizenversterker als het ware een muziekinstrument wordt. Hij ‘behandelt’ het geluid dat binnenkomt en voegt er een soort aangename, interessante vervorming aan toe.
 


Warme saus
Dat gaat uiteraard lijnrecht in tegen het aloude hifidogma van perfecte neutraliteit; dat is uiteindelijk waar de term high fidelity voor staat. Een transistorversterker is wetenschappelijk gezien – en ook meetbaar – superieur aan een buizenversterker omdat hij neutraler is.

Aan de andere kant kan je wel de vraag stellen wat het meeste luisterplezier biedt: een perfect neutrale versterker of een aangenaam klinkende versterker?

Overigens is de ene buizenversterker al neutraler dan de andere. Het is dus een misverstand om ervan uit te gaan dat elke buizenversterker een ‘warme saus’ over de muziek giet. Een buizenversterker die dat wel doet, geeft de hoge tonen superzacht weer, heeft een uitgesproken laid-back karakter en heeft de neiging om details enigszins te verdoezelen.

Transistorversterkers – vooral de minder goed ontworpen exemplaren – hebben daarentegen weleens last van een scherp, soms wat metalig hoog, wat te sterk aangezette s-klanken bij zangstemmen, enzovoort. Een hard, scherp en enigszins koud klankbeeld dus, als tegenhanger van de warmesausbenadering.

Of je voor de warme buizenapparatuur gaat of voor toestellen met meer neutraal klinkende buizencircuits is een kwestie van persoonlijke smaak.

gerelateerde items