Buizen kiezen
Je kan ook, tegen een meerprijs, kiezen voor gematchte buizen die dan exact dezelfde versterkingsfactor hebben. Als het volume van de voorversterker bepaald wordt door de buizen – dat is afhankelijk van het ontwerp – dan zijn gematchte buizen bijzonder nuttig, omdat anders het links-rechtsevenwicht van het klankbeeld in het gedrang komt.

De keuze voor een bepaald type buis heeft ook een invloed op de klank. Je zal buizen van verschillende fabrikanten aantreffen die aan dezelfde technische specificaties voldoen, maar toch behoorlijk verschillend klinken. Enig zoek- en experimenteerwerk en de hulp van een vakkundige dealer die van wanten weet zal beslist zijn vruchten afwerpen.

De meest kostbare exemplaren zijn zogenaamde NOS-buizen. NOS staat voor New Old Stock. Het gaat om ongebruikte buizen die al geruime tijd niet meer geproduceerd worden, van merken zoals Telefunken en Siemens. In het Westen zijn de productielijnen voor buizen overigens allang stilgelegd. De buizen uit onze hedendaagse apparatuur zijn dan ook vooral afkomstig uit Rusland en China.

Eindversterkers
In vergelijking met transistorversterkers leveren buizenversterkers doorgaans zeer lage vermogenscijfers. Toestellen met vermogens van 2x 10 watt of zelfs 2x 5 watt zijn geen uitzondering. Maar zoals we eerder al vermeldden moet je het vermogen van een buizenversterker met een factor vier vermenigvuldigen om het enigszins te kunnen vergelijken met een transistorversterker.

De cijfers die je dan te zien krijgt zijn echter nog steeds een stuk bescheidener dan bij hun transistorcollega’s. Om die reden is het sowieso geen goed idee om een buizenversterker te combineren met luidsprekers met een laag rendement; denk aan cijfers zoals 82 dB/W/m of minder. In zo’n geval is er immers teveel versterkervermogen nodig om een stevig klankbeeld te genereren.

Er zijn buizenversterkers op de markt die dat wel degelijk kunnen, maar die kosten een klein fortuin. Een voorbeeld van zo’n krachtpatser is de McIntosh MC2301, een monoversterker die zomaar eventjes 300 watt aan buizenpower neerzet. Helaas maakt een paartje MC2301’s je meteen 27.000 euro lichter.

Luidsprekers met een gemiddelde of hoge gevoeligheid – 90 dB/W/m of meer – vormen geen probleem voor buizenversterkers, ook niet voor de betaalbare modellen. Verder doen buizen het vooral goed in combinatie met gewone, dynamische luidsprekerontwerpen en met hoornluidsprekers. Met elektrostaten lukt het allemaal wat minder goed, tenzij het ontwerp van de versterker daar specifiek is op afgestemd.

gerelateerde items