Single-ended of push-pull?

Er bestaan twee soorten buizenversterkers: single-ended en push-pull. Het nadeel van single-ended versterkers – ook wel SET-versterkers genoemd (Single Ended Triode) – is dat de opgewekte energie grotendeels verdwijnt in de triodebuis zelf. Het rendement blijft dan ook beperkt tot zo’n 25 procent.

Bij lage frequenties vormt de uitgangstrafo eveneens een belemmering door de lage zelfinductie ervan. Door die kleinere inductiespanning is de laagweergave van dergelijke versterkers toch wel behoorlijk beperkt. De push-pull versterker kent die beperking in veel mindere mate omdat de zelfinductie van de uitgangstrafo hoger ligt.

Het is nogal opmerkelijk, om niet te zeggen shockerend, dat de technologie van single-ended buizenversterkers al meer dan honderd jaar oud is. Een zekere Lee De Forest kreeg namelijk een patent op de triode in 1907 en op de triodeversterker in 1912.

De SET-revival
In de jaren ’70 ontstond in Japan een revival van SET-versterkers die geleidelijk overwaaide naar de Verenigde Staten en naar Europa. In een SET-versterker neemt één eindbuis (of een groep eindbuizen) – een triode – de versterking van het gehele audiosignaal voor zijn rekening.

Dit in tegenstelling tot een push-pull ontwerp, waarbij één buis (of een groep eindbuizen) de positieve helft van het audiosignaal voor zijn rekening neemt en een andere de negatieve helft. In dat laatste geval wordt het muzieksignaal in tweeën gehakt, versterkt en dan weer gecombineerd tot één signaal. Dat lukt niet zonder enige vervorming, en dat is meteen een reden waarom SET-versterkers als muzikaler worden beschouwd.

Een ander pluspunt van single-ended versterkers is dat er geen nood is aan negatieve terugkoppeling: een verschijnsel waarbij een klein gedeelte van het uitgangssignaal van de versterker terug aan de ingangen wordt gevoed om versterkerfouten te corrigeren.

Wat technische specificaties betreft scoren single-ended versterkers dan weer ronduit dramatisch. Of wat dacht je van vermogens in de buurt van tweemaal 10 watt en vervormingscijfers van 10 procent? Transistorversterkers produceren met gemak tien keer zoveel vermogen en de vervorming wordt vaak gemeten in duizenden van procenten.
 

gerelateerde items