Toon alles (6)
Geert Fauvart

Moeilijk vergelijkbaar

Die technische verschillen zorgen er meteen ook voor dat het onmogelijk is om DSD e´e´n-op-e´e´n te vergelijken met PCM. DSD legt immers een signaal vast met behulp van Sigma-Delta modulatie, wat resulteert in een 1-bit (!) formaat met een samplingfrequentie van 2.8224 MHz.

Oftwel: de samplingfrequentie van DSD is 64 keer zo hoog als bij een klassieke CD, maar biedt slechts een zestiende van de bitdiepte. Vandaar ook dat het formaat weleens wordt aangeduid als DSD64.

Daarnaast zijn er ook nog DSD-tracks in omloop die het dubbele van de standaard samplingfrequentie hanteren. Die worden aangeboden als DSD128. In alle gevallen worden ze uitgestuurd als een bitstream. Belangrijk om weten is dat er een grote rol is weggelegd voor filtering en noise-shaping in het DSD-concept.

Die noise shaping-technologie – een techniek die de signaal-ruisverhouding opkrikt door ongewenste artefacten ‘op te schuiven’ naar frequentiegebieden waar ze niet of minder storend zijn – maakt dankbaar gebruik van de riante frequentierespons van DSD (in theorie tot wel 100 kHz).

Door noise te verhuizen naar ultrasone frequenties – die onhoorbaar zijn voor het menselijk gehoor – is het immers mogelijk om het belangrijke gebied tussen 20 Hz en 20 kHz te vrijwaren van onvolkomenheden, wat binnen dat frequentiegebied resulteert in een groter dynamisch bereik (120 dB, wat ongeveer overeenstemt met een 20-bit/96 kHz PCM-track) dan bij een klassieke CD.

De grotere frequentieband biedt dus vooral meer speelruimte voor noise-shaping en filtering van het signaal, iets wat trouwens ook nodig is bij een 1-bit formaat. Wie zich verder wil verdiepen in deze materie, vind op internet trouwens heel wat goede bronnen over de specifieke eigenschappen van DSD.

gerelateerde items