Van buizen naar transistors en weer terug

De meeste moderne high-end versterkers maken gebruik van transistors om een signaal te versterken, maar er zijn ook flink wat exemplaren op de markt die van buizen gebruikmaken. Dat mag vreemd lijken, maar er is een goede reden voor.

De introductie van de transistor – een onderdeel dat in heel veel elektrische apparaten een centrale rol speelt – betekende in de jaren ’60 van de vorige eeuw niets minder dan een revolutie in de elektronica. De elektronicawereld schakelde massaal over op transistors, zonder nog om te kijken naar de klassieke, verouderde buizentechnologie. Transistors bieden immers heel wat voordelen tegenover buizen: ze zijn kleiner, lichter en goedkoper, ontwikkelen veel minder warmte en zingen het aanzienlijk langer uit.

Ook in de audiowereld werd massaal naar transistors overgeschakeld, maar de buis was nog niet goed en wel overboord gegooid of de eerste lichting ‘nieuwe’ buizenversterkers zag het daglicht al. Men merkte al snel dat buizen een heel eigen klankkarakter hebben, een klank die door liefhebbers als superieur omschreven wordt ten opzichte van de transistorversterker.

Buizenversterkers bieden vaak een warme, zachte en relaxte hoog- en middenweergave, en zetten gewoonlijk een fraaie podiumafbeelding neer. Wat de laagweergave betreft, doen buizen het in ieder geval een stuk minder goed dan transistors. Een krachtig, stevig gefundeerd en diep doorlopend laag krijg je wel uit een degelijke transistorversterker geperst, maar niet uit een buizenversterker.

Bovendien zijn buizenversterkers per definitie duurder dan transistorversterkers, omdat de onderdelen van de buizenversterker aanzienlijk kostbaarder zijn. De buizen moet je na enkele jaren vervangen – wat betekent dat de werkelijke gebruikskost niet eindigt bij de aankoop van de versterker – en ze moeten om de zoveel weken afgeregeld worden door de gebruiker om ze optimaal te laten presteren.

Hou er ook rekening mee dat buizen erg heet worden. Daardoor verspreiden ze een mooie gloed, iets wat je goed kan zien omdat de buizen vaak ‘bloot’ bovenop het apparaat gemonteerd zijn. Maar dat betekent ook dat je ze best afdekt voor kinderhanden, om het risico op brandwonden te beperken.

Het is een goed idee om voor de aankoop van een nieuwe versterker een buizenmodel te beluisteren bij de dealer, zodat je tenminste weet of het klankkarakter je ligt of niet. Daar willen we overigens niet mee gezegd hebben dat alle buizenversterkers hetzelfde klinken, maar dat ze één en ander gemeen hebben valt niet te ontkennen.

Tot slot geven we nog even mee dat het mogelijk is om de voordelen van een buizenversterker (mid- en hoogweergave) te combineren met het superieure laag van een transistorversterker. Op luidsprekers die over aparte aansluitterminals beschikken voor hoog en laag, kan je eventueel een transitorversterker aansluiten op het laag en een ‘buizenbak’ op het hoog (bi-amping).

gerelateerde items