Om de beeldkwaliteit van televisies te evalueren, doen we onder meer beroep op gestandaardiseerde metingen voor een hele reeks parameters. Enkele daarvan geven we voortaan ook weer bij onze testen. Hieronder vind je een woordje uitleg over de betekenis ervan.
 

Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur geeft aan hoe we wit waarnemen. De ideale waarde is 6.500 K (Kelvin). Ligt de kleurtemperatuur van wit lager, dan spreken we van ‘warmere’ beelden die lichtrood getint zijn. Een hogere kleurtemperatuur leidt tot ‘koelere’ beelden die lichtblauw getint zijn.

Grijsfout (dE76)
De grijsfout is de gemiddelde fout die gemeten wordt bij de weergave van alle grijstinten tussen wit en zwart. Is de fout gelijk aan 0, dan meten we een correcte kleurtemperatuur en een grijsschaal zonder zichtbare kleurnuances. Waardes tot drie geven een bijna perfecte weergave aan. Hogere waardes duiden op zichtbare tinten in sommige grijswaarden of een sterk afwijkende kleurtemperatuur.
 


Kleurfout (dE94)

De kleurfout is de gemiddelde fout die gemeten wordt bij de kleurweergave. Is de fout gelijk aan nul, dan komen de kleuren perfect overeen met de norm. Waardes onder drie duiden een bijna perfecte kleurweergave aan, waardes boven acht geven aan dat er zichtbare fouten kunnen optreden bij sommige kleuren.

Gammawaarde
De gammawaarde geeft aan hoe helder of donker de middentinten van grijs zijn. Het ideale getal is hier 2,2. Lage gammawaardes duiden op heldere grijstinten. Als gevolg is er vaak meer zwartdetail zichtbaar, maar het beeld kan lichter en fletser overkomen. Hogere waardes duiden op donkere grijstinten, wat meestal ten koste gaat van het zwartdetail. Dat levert wel een beeld op met een hoger contrast.

Als norm voor al onze metingen hanteren we de ITU-R BT.709-standaard voor HD-televisie met D65-witpunt.