Tot diep in de jaren '30 werd film nog gezien als vertier voor het plebs. Maar die houding begon lichtjes te veranderen vanaf het moment dat de Amerikaanse filmmaker Orson Welles in 1941 zijn Citizen Kane in de cinemazalen bracht. De met flashbacks en andere narratieve truken bezaaide plot van Citizen Kane draaide om het leven van de fictieve krantenuitgever Charles Foster Kane, en haalde een thematiek boven die ook in latere films van Welles een rode draad zou vormen: macht, en hoe die mensen corrumpeert en vereenzaamt.

Doordat hij er een nauwelijks verholen sleuteldocument van maakte op het leven van mediamagnaat William Randolph Hearst, haalde Welles zich ook diens haat op de nek, en mede door een boycot van Hearst werd Citizen Kane aanvankelijk een commerciële flop. De film geraakte dankzij dreigementen van Hearst niet geprogrammeerd in de grote bioscoopzalen en bleef daardoor lange tijd zo goed als onbekend voor het Amerikaanse publiek. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de prent bejubeld in Europa, en tijdens de vroege jaren ’50 werd hij herontdekt door het Amerikaanse volk dankzij zijn lancering op televisie.

Ondanks de ongewilde undergroundstatus van Citizen Kane zagen intellectuelen echter wel al meteen de grote artistieke kracht van de prent in. De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges noemde het een “metafysisch detectiveverhaal” in een recensie uit 1941. “Het onderwerp, zowel psychologisch als allegorisch, is het onderzoek naar de innerlijke ik van een man, via de werken die hij heeft geproduceerd, de woorden die hij heeft uitgesproken, en de vele levens die hij heeft geruïneerd. Op een overrompelende manier toont Welles ons fragmenten uit het leven van Charles Foster Kane, en nodigt hij ons uit om ze te combineren en te deconstrueren.”

Citizen Kane vertelde voor het eerst een verhaal met dezelfde complexiteit als een roman. Filmfreak Welles verzamelde alle cinematografische vernieuwingen die hij sinds de opkomst van de cinema had zien passeren, voegde daar nog een paar nieuwe aan toe, en consolideerde ze voor het eerst tot een volwaardige audiovisuele en narratieve grammatica, een nieuwe artistieke ‘taal’ met andere woorden, die kon worden gebruikt om een complexe vertelling over te dragen naar het publiek. Sindsdien is cinema gewoon cinema.

Maandag 6 augustus op Arte om 20u50