De avond voor het kerstverlof in het fictieve Nakatomi Plaza, L.A. New Yorkse flik John McClane (Bruce Willis) komt na een lange vlucht aan om kerstmis te vieren met zijn vrouw (Bonnie Bedelia), ondertussen een hele madame in het bedrijf. Het zit niet goed tussen de twee: zij is tegen zijn zin verhuisd naar de stad der engelen, met inbegrip van hun kinderen, hij kan niet zomaar zijn job en zijn leven in New York achterlaten. Ze maken ruzie - niets speciaals. Maar dan klinkt er het geratel van machinepistolen.

Behalve de ultieme kerstfilm en de grote doorbraak van Bruce Willis, was actieklepper Die Hard (1988) ook een metafoor voor de strijd tegen de nieuwe man. Slechterik Hans Gruber (Alan Rickman) beeldt die namelijk uit in hoogsteigen persoon: de charmante, ijdele, welgemanierde, goedgeklede, in mode en beleggingen geïnteresseerde meesterboef vertegenwoordigt de absolute tegenpool van Willis’ personage.

De Newyorkse flik die per ongeluk in de door terroristen overgenomen wolkenkrabber terechtkomt is namelijk de klassieke man’s man, die eerder beantwoordt aan een stereotiep dat decennia geleden werd neergezet door westernhelden als John Wayne en Roy Rogers.

Precies daarom is, tussen het machinegeweergeratel en de gebroken nekken door, de sleutelscène waarin McClane via CB-radio converseert met Gruber zo belangrijk: op het moment waarop hij het gesprek afsluit met “Yippee-ki-yay, motherfucker” (het eerste deel uit de kreet komt recht uit die klassieke westerns), meet hij zich de gedaante van de archetypische Amerikaanse held aan.

Dinsdag 25 december op 2BE om 22u40