Eigenlijk zou Doomsday niet mogen worden uitgezonden op een tijdstip wanneer er misschien nog kindertjes op zijn. Want het is bijgod een gemeen stuk vreten, deze film: hoofden worden in tweeën gehakt, lichamen worden geplet onder vrachtwagens, en arme drommels worden eerst levend gebakken en vervolgens opgevreten.


Niet voor niets behoort regisseur Neil Marshall tot de 'Splat Pack': een zeven jaar geleden opgestane nieuwe generatie horror- en exploitatieregisseurs (denk ook Alexandre Aja, Eli Roth en Rob Zombie) die de lichamelijke gruwel in hun prenten liefst nog met een microscoop zouden filmen.

In deze Doomsday waagt Marshall zich aan de postapocalyptische exploitatiefilm, een subgenre dat bijzonder groot was in de vroege jaren ’80.

De apocalyps kwam deze keer door een virus: heel Schotland leeft al jarenlang afgesloten van de buitenwereld door een geheimzinnige plaag, maar nu moet een team van Britse soldaten toch nog de boel infiltreren om de oorzaak van de ziekte te vinden.

Doomsday is een soort slachthuisversie van Mad Max en Escape from New York, met lekkertje Rhona Mitra in de hoofdrol en voor dit soort films lichtelijk onbegrijpelijke optredens van rasacteurs Bob Hoskins en Alexander Siddig.

Dinsdag 17 mei, 2BE, 20u45