Jef Geeraerts sloot in 2002 min of meer zijn cyclus van misdaadromans rond politiecommissarissen Vincke en Verstuyft af met deze Dossier K., een thriller die eigenlijk een epiloog was voor het crimiwerk van de schrijver. Zeven jaar later werd het werk verfilmd door Jan Verheyen, in een tweede verfilming van de Vincke & Verstuyft-reeks (de eerste was De Zaak Alzheimer van Erik Van Looy).

Commissaris Verstuyft roept de hulp in van zijn ondertussen gepensioneerde ex-collega Vincke om de moord op een Albanese gangster te onderzoeken. De aanslag kan namelijk leiden tot een oorlog tussen twee verschillende bendes in het Albanese maffiamilieu, en dat zou de straten van Antwerpen in een oorlogsgebied veranderen.

Verheyen maakte een sfeervolle thriller van Dossier K., die - onder meer dankzij de terugkeer van Koen De Bouw en Werner De Smedt als het commissarissenduo - met succes teruggrijpt naar de vibe van de eerste prent. Ook slaagden de regisseur en de scenaristen (Carl Joos én Erik Van Looy) erin om alle elementen waarop de roman steunde ook in de film te parkeren.

Niet makkelijk, want het werk is een ongeziene mix tussen crimi, literaire fictie en new journalism. De plot wordt voortgestuwd door het principe van bloedwraak in het Albanese gewoonterecht, dat dus meteen inbeukt op het principe van de rechtsstaat in het verwesterde Europa. Ook corruptie in de hoogste rangen van het politieapparaat en de nog steeds moeizame versmelting van politie en rijkswacht worden aangeraakt, dankzij Filip Peeters als een hardleerse ex-rijkswachtcommandant en Jappe Claes als de corrupte procureur Bracke.

Zaterdag 3 september, Eén, 22u20