De vier grote platenmaatschappijen, EMI, Universal, Sony BMG en Warner, gaan minder geld uitgeven aan piraterijbestrijding. Het bedrag dat de vier momenteel hiervoor betalen aan lobbygroep IFPI wordt geschat op 130 miljoen dollar (85 miljoen euro) per jaar, en dat ligt voor EMI te hoog.

EMI overwoog aanvankelijk om uit de IFPI te stappen, maar besluit nu toch te blijven op voorwaarde dat in de budgetten wordt gesnoeid. Sinds de overname van EMI eind vorig jaar zoekt nieuwe eigenaar Guy Hands naar manieren om kosten te drukken. Minder geld voor piraterijbestrijding staat al een tijdje op zijn agenda; en ook de drie grootste concurrenten geven hier liever minder geld aan uit. Het voortbestaan van de IFPI leek dan ook in gevaar.

Intussen zijn de plooien gladgestreken en blijft IFPI steun ontvangen van de vier groepen. “We hebben ons voorgenomen om met John Kennedy [voorzitter van IFPI, nvdr] en de collega’s van de andere labels samen te werken aan een kostenbesparend plan voor de IFPI", zegt Jean-Francois Cecillon, hoofd van EMI. Ook de andere drie platenmaatschappijen gaan minder betalen. Hoeveel dat vanaf nu is, blijft voorlopig geheim.

De IFPI is overigens niet de enige lobbygroep die zich inzet tegen piraterij. De bijdragen aan de RIAA, de vertegenwoordiger van de Amerikaanse platenindustrie, blijven gewoon hetzelfde.