Met Django Unchained is de Tarantinomanie natuurlijk weer op volle snelheid. Dus wordt ook Jackie Brown, dat éne minder goed onthaalde werk van de Kinnebak, nog eens opnieuw opgewarmd.

Jackie Brown (1997) ziet er heel anders uit dan de popculturele sponzen die Reservoir Dogs en Pulp Fiction waren, maar hij bewees veel meer dan de twee voorgaande prenten dat Tarantino een blijvertje zou zijn. Waarom? Omdat de Quent deze keer eens niét alle cinemaconventies door de vleesmolen haalde, maar relatief dicht binnen de lijntjes kleurde.

Dat betekent hoegenaamd niet dat Jackie Brown een doorsnee film is. Het handelsmerk van Tarantino zat ook in deze prent gebrand, met onder meer een ingewikkelde verhaalstructuur en de keuze voor één welbepaald register - deze keer de Blaxploitationfilm, een met geweld en testosteron doordrenkt filmgenre waarin de Afrikaans-Amerikaanse subcultuur in de jaren ’70 naar de oppervlakte borrelde.

Niet voor niets haalde Tarantino dus karakteractrice Pam Grier, die vijfentwintig jaar eerder schitterde als een van de iconen in dat genre met Foxy Brown, weer naar het voorplan. Maar net als de voorgaande films gaat Jackie Brown veel verder dan een gewone genrehommage: het is een intrigerende thriller over lui die ineens in elkaars vizier terechtkomen door ergens een achterpoortje te nemen.

Het begint namelijk met Jackie Brown die beslist om het half miljoen dollar die ze van Mexico naar de V.S. moet smokkelen voor gangsterbaas Ordell Robbie (Samuel L. Jackson) voor zichzelf te houden, en eindigt met een explosieve clash tussen de verschillende hoofdpersonages, waaronder ook een borgleverancier (Robert Forster, eveneens van onder het stof gehaald) en een flik die de grenzen van het welvoeglijke verkent (Michael Keaton).

Zaterdag 19 januari op 2BE om 23u35