Vier jaar na Jurassic Park trok Steven Spielberg terug naar het vervloekte dino-eiland, voor een sequel die - zowel bij het publiek als bij de critici - hoegenaamd niet dezelfde bijval kreeg als de eerste. Maar de grote kracht van Jurassic Park: The Lost World (zoals de prent officieel werd gedoopt in de Verenigde Staten) is dat Spielberg niet de gemakkelijke weg van het nog grotere spektakel insloeg.

In plaats daarvan werden de schrikelementen uit de eerste film deftig uitgekristalliseerd, en vormen ze nu de drijvende kracht in het vervolg. Vergeet de lieflijke tableaus met grazende brontosaurussen: de personages in Jurassic Park 2 rennen een groot stuk van de film voor hun leven, en de hele prent is ook een stuk duisterder dan de eerste. Dat is ook voor een groot stuk te danken aan de personages: Jeff Goldblums cynische personage uit de eerste prent mag deze keer eerste viool spelen, en zijn vriendin (Julianne Moore) is uit hetzelfde hout gesneden.

En dan krijg je nog een uitgesponnen derde bedrijf waarin een dinosaurus wordt losgelaten op het Amerikaanse vasteland. Pas daar komen de echte kwaliteiten van de film boven: in tegenstelling tot de een jaar later gelanceerde monsterprent Godzilla, waarin je vooral zat te supporteren voor het beest, zijn de lui die hier noodgedwongen op dinojacht gaan geen ontzagloze macho’s. Want dino's zijn ook maar beesten.

Donderdag 21 juli, 2BE, 20u55