Toen Quentin Tarantino enkele jaren geleden zijn Kill Bill-tweeluik aankondigde, had ondergetekende zo zijn twijfels. Het leek alsof de cineast na het fel onderschatte maar eerder op een klassieke cinemaleest geschoeide Jackie Brown eind jaren ’90 gewoon weer op veilig wilde spelen. Vooral door opnieuw zijn oude truc uit de kast te halen: tientallen obscure popculturele referenties worden in de Moulinex gegooid, met een slimme en liefdevolle ode aan de genrecinema als resultaat.

Grote cinema met brokjes B-film erin, zeg maar: dat is altijd al Tarantino’s truc geweest. Hij maakte naderhand nooit meer een film als Jackie Brown, en met reden. Want de Kinnebak is gewoon op zijn best als hij zijn eigen filmuniversum in elkaar mag mixen.

Met de twee Kill Bill-films krijg je vooral invloeden uit de western, de martial arts-cinema en de wraakfilm gepresenteerd. Dingen die in de jaren ’70 en ’80 alleen te zien waren in kleinere cinema’s en - later - op vhs-tape in de videotheek. Maar ook dat soort exploitatiedrek kan, omdat eros en thanatos er héél dicht bij elkaar zitten, grote cinema worden met de juiste man in het regisseursstoeltje.

Kijk maar naar Kill Bill.

Zaterdag 7 april op Canvas om 23u55