Dit eerste luik van Peter Jacksons befaamde filmtrilogie was misschien niet het beste van de drie (dat was, bij grote consensus, slotdeel Return of the King), maar de impact die de film elf jaar geleden had op het cinemapubliek zou niet meer worden geëvenaard door de twee opvolgers. Jacksons huzarenwerk in de Nieuw-Zeelandse steppen resulteerde in een grote morzel cinematoverij die alleen maar zijn voorgaande kende in de eerste Star Wars.

En dat komt niét door de indrukwekkende decors en costumering, het meer dan adequate acteerwerk van klassebakken als Viggo Mortensen, Elijah Wood en Sir Ian McKellen, of de natuurfilmerij die een hele toeristische industrie in Nieuw-Zeeland deed exploderen. Dat waren essentiële onderdelen in de mix, maar hetgene wat van Fellowship écht de bom maakte, was Jacksons uitzinnige beeldcompositie.

Eigenlijk waren de momenten van zwakte in deze film degenen die het langste bleven hangen: telkens wanneer hoofdpersonage Frodo Baggins (Wood) de ring uit zijn kombuis haalt en hijzelf of iemand anders de bedwelming ervan moest ondergaan, kliederde Jackson een onheilspellend lichtblauw patina over zijn beeld, dat de vertrokken gezichten van de slachtoffers (zie bijvoorbeeld Cate Blanchetts korte uitval!) extra accentueert.

The Fellowship of the Ring was ook de meest evenwichtige prent van de drie, met een goeie variatie tussen heroïek en sprookjesachtige magie: in de twee opvolgers zou dat eerste element de bovenhand nemen.

Zaterdag 18 februari op 2BE om 18u10