Ook tien jaar geleden dacht iedereen nog dat videogames kinderspel waren. Maar lui die Max Payne in hun PlayStation floepten, die piepten daar wel anders over. Max Payne vertelt het verhaal van een eenzame flik die zijn vrouw en dochter verloor aan een gewelddadige inbraak door drugdealers, op zoek gaat naar de bende die de drug verspreidt, en zo een grootschalige doofpotoperatie van een privaat militair bedrijf op het spoor komt.

De game was een stijloefening in het Noir-genre, vooral door de presentatie van de door zijn verleden getormenteerde, door wanhoop gedreven en voor schijnbaar onmogelijke omstandigheden staande held.

In de film zet Mark Wahlberg het titelpersonage wat dat betreft op de juiste manier neer. De plot volgt ook redelijk getrouw die van de game: het begint in groezelige appartementsgebouwen, en eindigt in het harde staal en glas van een bedrijfstoren. Regisseur John Moore voegt er ook een paar subtiele toetsen aan toe die niet in de game zaten: zoals die scène waarin het hoofdpersonage zijn gezin dood terugvindt, en de rond Max roterende camera de sfeer rustig laat overgaan van het kleurrijke patina van zijn voormalige leven naar de vuile duisternis waarin de rest van de film gehuld is.

Het maakt van Max Payne - in tegenstelling tot de meeste verfilmingen van videogames - niét gewoon een game zonder de joysticks. Het nam niet weg dat de film in 2008 flopte aan de bioscoopkassa, maar regisseur Moore slaat binnenkort hard terug: hij is bezig aan A Good Day to Die Hard, de vijfde aflevering in de Die Hard-reeks met Bruce Willis, die zich deze keer in Rusland afspeelt. Yay!

Donderdag 26 januari op 2BE om 20u45