Doug Morris, hoofd van Universal Music, plant een nieuwe muziekdienst die de concurrentie aangaat met Apples iTunes Store. Morris overlegt hiervoor met andere grote maatschappijen zoals Sony BMG en Warner Music Group. De dienst wil eventueel hardwarefabrikanten een vast maandelijks bedrag laten betalen om nummers gratis beschikbaar te maken op toestellen voor de consument.

Achterliggende reden voor de oprichting is de vertroebelde relatie tussen Morris en Apple-topman Steve Jobs. Aanvankelijk werkten de twee enthousiast samen als leverancier en verkoper van online muziek, maar de verkoopvoorwaarden die Jobs stelde waren te strak voor Universal. Daarom werkt de platenmaatschappij nu met maandelijkse overeenkomsten voor de verkoop via iTunes.

Het bericht lokt twijfel uit bij analisten. Volgens Mark Mulligan van Jupiter Research is het succes twijfelachtig, omdat de onafhankelijke labels waarschijnlijk volledig wegblijven uit het aanbod van de nieuwe dienst. De grote platenmaatschappijen vertegenwoordigen 'maar' tachtig procent van het muziekaanbod. "Die kleine labels zijn op digitaal vlak goed georganiseerd en het lijkt onwaarschijnlijk dat ze meewerken aan een muziekdienst van een dominante platenmaatschappij."