Federaal minister Kris Peeters laat onderzoeken of elektronica zoals smartphones en witgoed inderdaad ontworpen wordt om sneller te verslijten. Daarover bestaan al langer aantijgingen, maar de minister van Consumentenzaken wil nu zekerheid, schrijft Het Nieuwsblad vandaag.

Er leeft al langer de indruk dat elektronische apparaten sneller kapot gaan dan je zou verwachten. Printers en smartphones die kort na de garantieperiode stoppen met werken, het zou geen toeval zijn. Bovendien maken sommige fabrikanten het herstellen van toestellen zeer duur of quasi-onmogelijk. Zo zijn Apple-apparaten steeds vaker gelijmd en gebruiken ze onvervangbare onderdelen, om maar één merk er uit te lichten.

Onder meer de politieke partijen Groen en Ecolo zijn van het fenomeen overtuigd en dienden daarom in 2012 reeds wetsvoorstellen in om fabrikanten te verplichten aan te geven wat de verwachte levensduur van een toestel zou zijn. Het blad M.O. wijdde er toen ook een uitgebreide reportage aan. De wetsvoorstellen werden echter nooit goedgekeurd.

Nu zegt ook federaal minister Peeters dat het tijd is om te onderzoeken of een beperkte levensduur een ingepland gegeven, zowel door hardware-ingrepen of door software-updates die een toestel onbruikbaar traag maken.

Het Nieuwsblad evenals een tweet van de minister laat uitschijnen dat het debacle rond de sjoemelsoftware van Volkswagen toch een zeker wantrouwen naar fabrikanten heeft doen ontstaan. Het einddoel van het onderzoek, zou kunnen leiden tot een uitbreiding van de consumentenbescherming, bijvoorbeeld door een uitbreiding van de garantieperiode of een verplichte periode waarin wisselstukken beschikbaar zijn.