"Nu we weten dat Quentin Tarantino een film als Reservoir Dogs kan maken, wordt het tijd dat hij er een betere maakt", stelde Entertainment Tonight-criticus Leonard Maltin meer dan twintig jaar geleden, vlak na de release van Tarantino's debuutfilm. Hij kreeg zijn zin.

Nadat Tarantino de verfilming van zijn adolescentendagdroom True Romance en zijn allegorie op de wegkwijnende Amerikaanse droom Natural Born Killers aan anderen had overgelaten (respectievelijk Tony Scott en Oliver Stone), kroop hij in 1994 terug achter de camera voor Pulp Fiction, een prent die zowel op erkenning van de kritiek (de Gouden Palm op het Festival van Cannes) als op een publieke cultstatus kon rekenen.  Een ode aan de Amerikaanse pop- en hard boiled-cultuur, die ondertussen zijn plaats heeft veroverd in het juwelenkastje der filmklassiekers.

Tarantino leverde met zijn tweede film in haast alle opzichten de overtreffende trap van Reservoir Dogs af. De slechteriken in de hoofdrol zijn nog dommer en slechter, het geweld is nog een tikkeltje wreder, en de muziek is intenser en beter gekozen (ook hier weer: klassieke bubblegum-deuntjes). Tarantino haalde zijn inspiratie uit oude films, niet uit het leven, en creëerde zo een pulpwereld zonder échte, normale mensen. Hetzelfde geldt voor de dialogen: er wordt gekletst, gezeikt en geleuterd dat het een aard heeft, maar het gaat allemaal schijnbaar nergens naartoe.

De plot van Pulp Fiction rijgt drie verhalen zijn aan elkaar in een ellipsvertelling, waarvan je pas bij de eindaftiteling weet waar ze begint en eindigt. Het enige wat je weet is dat ze zich afspelen in het L.A. van de vroege jaren '90, en dat ze hun hoofdpersonages met elkaar delen: de elegante misdaadkoning Winston Wolf (Harvey Keitel), de bokser Butch (Bruce Willis) met zijn Franse vriendinnetje, en de huurmoordenaars Vincent en Jules (John Travolta en Samuel L. Jackson), in dienst van de kaïd Marsellus Wallace (Ving Rhames).  Het duo Travolta-Jackson moordt met een professionele kalmte, ook al komt hun optreden vóór de afrekeningen een tikkeltje blasé voor. Bijbelfanaat Jackson fluistert zijn slachtoffers een goedgekozen bijbelcitaat (Ezekiël 25:17!) in het oor, vlak voordat hij ze omlegt. 

Ondanks het uitzinnige geweld, is Pulp Fiction een uitgesproken optimistische film. Er staat zelfs iets van een reddingsidee centraal: vooral de door Travolta en Jackson vertolkte boeven willen zich best redden uit de klerezooi die ze van hun leven hebben gemaakt, maar ze hebben geen flauw idee hoe. Net als in Tarantino's debuutfilm krijgen we namelijk te maken met hoofdpersonages zonder heroïsche competentie: de bekwaamheid om juist te handelen in penibele situaties. 

In Pulp Fiction recycleert Quentin Tarantino ook het Amerikaanse filmverleden.  Tarantino vermengde invloeden uit genrefilms, Film Noir, Jean-Luc Godard, Howard Hawks, Stanley Kubrick, Martin Scorsese, John Woo en Orson Welles tot een infernale genrecocktail. Het cliché is daardoor natuurlijk nooit ver weg, maar dat wordt, met een heel aparte benadering, nieuw leven ingeblazen. 

Woensdag 3 juli op 2BE om 22u35