Mortal Kombat spelen is als naar een film van Quentin Tarantino kijken: intens en boordevol brutaal, gratuit geweld dat even hard op de maag als lachtspieren werkt.



Er staat geen volgnummer achter deze Mortal Kombat-game, maar de kenners weten dat het intussen de negende episode in de populaire vechtgamereeks is. De eerste veroorzaakte heel wat deining toen die in 1992 in de arcadehallen opdook. Niet in het minst door de overdosis grafisch geweld waarover voor- en tegenstanders maar niet uitverteld raakten.

Politiek correct of niet, de virtuele liters bloed die tijdens een partijtje Mortal Kombat van het scherm spatten, gaven de Westerse game vaste voet op een vooral door Aziatische concurrenten gedomineerde scène. Onder die overdreven brutaliteit zat een strak vechtsysteem. Dat bewezen de ontelbare spelers die, lang nadat de verstomming over de bottensplijtende moves was weggeëbd, naar de game bleven terugkeren.

Ondanks een paar degelijke opvolgers en de verhuis naar de gameconsoles ontbrak het de latere edities aan de verfijning en evolutie die de alsmaar veeleisendere fans van het genre wel vonden bij de concurrentie. Experimenten met de vertrouwde formule overtuigden evenmin. Mortal Kombat was aan een herstart toe, een reboot zoals ze dat in het gamewereldje zeggen.
 


Terug naar de kern

Die reboot heet nu Mortal Kombat. Direct, franjeloos en niet mis te verstaan. Het is een game die terugkeert naar de bloederige, gewelddadige kern van de serie en daar een volledig herwerkte gameplay aan koppelt. Eentje die zich moeiteloos kan meten met de Tekkens en Street Fighters van vandaag.

Een aanpak die op de goedkeuring van de Mortal Kombat-veteranen zal kunnen rekenen, kenners van de betere vechtgame aanspreekt met zijn diepgang en tegelijk zo toegankelijk is dat nieuwkomers er onmiddellijk naar meer smakend spelplezier uit kunnen puren.