Toon alles (3)

Oké, maar hoe ziet het dan met de Monobox? Die voldoet aan het ‘minder is meer’-principe. De Monobox bevat namelijk minder muziek, maar hij kost meer. De albums Yellow Submarine, Abbey Road en Let it be zitten er immers niet in. Van de Monobox werden er wereldwijd aanvankelijk slechts 10.000 exemplaren gemaakt – waarvan platenlabel EMI 500 stuks heeft gereserveerd voor de Belgische markt – en die zijn intussen allemaal de deur uit. Maar geen nood, er komt een tweede persing aan.

Restaureren
Het oeuvre van The Beatles is oorspronkelijk opgenomen op analoge tapes, al was het maar omdat er destijds geen alternatieven bestonden. Bovendien was het aantal verschillende sporen zeer beperkt bij de opname-apparatuur.

Tegenwoordig wordt tijdens opnames elk riedeltje op een apart spoor opgenomen, zodat de geluidstechnici achteraf ook elk individueel detail naar believen kunnen bewerken met effecten, equalising, en ga zo maar door. In de periode dat The Beatles hun hoogdagen beleefden, waren er aanvankelijk slechts twee sporen beschikbaar. Later werden dat er vier – vanaf A Hard Day’s Night – en pas vanaf ‘De Dubbele Witte’ waren het er acht, wat nog altijd erg zuinigjes is.
 

Daardoor moesten er flink wat geluiden worden samengepropt op één spoor. En de eindmixes werden niet in stereo uitgevoerd zoals vandaag de dag gebruikelijk is, maar in mono. Van stereo was er destijds immers nog maar amper sprake.

Later werden dan wel stereoversies gemaakt, die echter opvallend artificieel klinken in vergelijking met het originele werk. Draai de balansregelaar op de je versterker helemaal naar links en je hoort enkel de stemmen, draai ‘m helemaal naar rechts en je luistert alleen naar de muziek.

Leuk voor een karaoke-avondje, maar volwaardige stereoweergave – waarbij elk instrument en elke stem een uitgekiende plaats in het stereobeeld krijgt, zodat een mooi samenhangend geheel ontstaat – is wel wat anders. Wat meteen verklaart waarom sommige liefhebbers The Beatles liever in mono dan in stereo horen.

De originele opnames blijken gelukkig bijzonder goed bewaard te zijn gebleven. De banden zijn van een type dat weinig of geen last van oxidatie heeft, maar toch werden de weergavekoppen tussen elk nummer in netjes opnieuw stofvrij gemaakt tijdens het digitaliseren. Dat digitaliseren gebeurde trouwens aan 24 bit/192 kHz met een Prism A/D-omzetter die het signaal naar een Pro Tools-opnamesysteem stuurde.

Maar zelfs met die wetenschap in het achterhoofd was het maar de vraag in hoeverre de  geluidstechnici zich de vrijheid zouden permitteren om deze zowel artistiek als geschiedkundig buitengewoon waardevolle opnames te moderniseren. Gelukkig is het studiowerk beperkt gebleven tot het occasioneel verwijderen van storende klik- en microfoongeluiden, het herstellen van kleine knip- en plakfoutjes, een snuifje equalising en het onderdrukken van een flard ruis hier en daar. Fijn, maar hoe klinkt het in de praktijk?

gerelateerde items