Sir Arthur Conan Doyles Sherlock Holmes-verhalen waren al zwaar anachronistisch toen ze aan het einde van de negentiende eeuw verschenen: ze bevatten bijvoorbeeld geen enkele referentie aan telefoons en automobielen, terwijl die dingen toen al stilaan begonnen op te duiken in het Londense straatbeeld.


Wat dat betreft heeft Sherlock, een BBC-miniserie die de figuren van Sherlock Holmes (Benedict Cumberbatch) en John Watson (Martin Freeman) verplaatst naar een contemporaine setting, zelfs iets blasfemisch over zich.

Maar de makers van de driedelige reeks van negentig minuten durende telefilms spelen het spelletje slim, en kiezen de juiste elementen om te actualiseren. Assistent Watsons niet onbelangrijke verleden in de tweede Anglo-Afghaanse oorlog uit 1880 werd bijvoorbeeld handig vervangen door een tour of duty in de hedendaagse bezetting van Afghanistan, en in deze tijden waarin forensisch onderzoek de boventoon voert in tv-crimi’s is het uiteraard niet zo vreemd dat de Londense detective zelf betrekkelijk veel tijd doorbrengt in een labo.

Zaterdag 8 januari, Canvas, 20u40