'Soylent Green is...' We dénken er niet aan om te verklappen wat Charlton Heston aan het einde van de ijzingwekkende sf-thriller Soylent Green in absolute terreur staat uit te roepen. Maar laat ons twee dingen zeggen: diep vanbinnen wist je het allang, en dat laatste neemt niet weg dat je er toch nog begint te rillen van wat zonet eindelijk in woorden is omgezet.

Zelden heeft een film - op enkele uitschieters na, zoals Michael Radfords adaptatie van George Orwells Nineteen Eighty-Four - zo doeltreffend een dystopische toekomstmaatschappij geschetst als Soylent Green. De film speelt zich af in het New York van 2020, maar het decor ziet eruit alsof het nog 1973 is (het jaar waarin de film in de cinemazalen landde), alleen nog een jaar of vijftig extra afgeleefd.

Het schrikbeeld van dienst in Soylent Green is overpopulatie. De bevolking van New York is gezwollen naar een ongelooflijke 80 miljoen inwoners (het huidige tal, gewoon ter vergelijking, is 20 miljoen), normaal voedsel is pokkeduur, de stad is uit noodzaak verworden tot een politiestaat, en mensen leven op door de overheid uitgedeelde rantsoenen gemaakt door de Soylent Corporation.

Die heeft net een nieuw product uit: Soylent Green, dat volgens de eigenaars van het bedrijf bestaat uit eiwitrijk plankton. Maar is dat wel de waarheid? Detective Thorn (Heston) komt daarachter wanneer hij de moord op een van de piefen van de Soylent Corporation onderzoekt.

Donderdag 20 december op Arte om 20u50. Meertalige versie.