Er waren eerder al wel een paar verdienstelijke pogingen, maar de eerste échte superheldenfilm was Superman uit 1978, geregisseerd door Richard Donner en met Christopher Reeve in de hoofdrol.



Het werd een mijlpaal in de geschiedenis van het genre omdat hij een belangrijke inhaalbeweging maakte: tot voor Superman ontweken superheldenfilms en -tv-series goeddeels het spektakel en de halsbrekende capriolen uit de strips, omdat die op pellicule moeilijker te realiseren (en veel duurder) waren.

Superman was anders, omdat hij een kind was van de blockbustercultuur die zich op dat moment begon te ontwikkelen in Hollywood. Publieksfilms mochten ineens iets kosten (hoe spectaculairder ze waren, hoe meer volk ernaar kwam kijken), en de makers hielden zich op het vlak van speciale effecten en stunts niet meer in.

Fast forward naar bijna dertig jaar in de toekomst, en de laatste zoon van de planeet Krypton was weer onder ons. Bryan Singers Superman Returns werd een beetje ten onrechte verguisd toen hij in 2006 in de cinemazalen landde, maar eigenlijk keerde het genre van de superheldenfilms met deze prent terug naar zijn roots. Na jaren van verschillende stijl- en inhoudsexperimenten was deze film opnieuw heel escapistisch van toon (zoals de eerste twee Supermanfilms, waarop deze een geestelijk én vormelijk vervolg is) maar heeft hij, met bijvoorbeeld kostuums die een mix zijn van modestijlen uit de jaren '40 en '70, en een duidelijke visuele stijl.

Al waren invloeden van duistere superheldenbrouwsels uit de afgelopen decennia, met onder meer de Batman-interpretaties van Tim Burton en Christopher Nolan, ook hier wel voelbaar: de man van staal (gespeeld door de ondertussen vergeten Brandon Routh) werd voor de gelegenheid lekker modieus voorzien van een getormenteerde ziel.

Vrijdag 9 december op VT4 om 21u05