Sudden Impact (1983), de laatste prent waarin Clint Eastwood zijn iconische filmflik (maar ook -rechter, -jury en -beul) mocht vertolken, had de tegenslag dat de actiefilm ondertussen was doorgebroken in de cinema, en Dirty Harry eigenlijk maar een watje was in vergelijking met de bonkige helden uit de Action Era. Bovendien waren de conventies die de vier vorige Dirty Harry-films hadden helpen uitvinden ondertussen gemeengoed.

Maar wat doet regisseur Buddy Van Horn (die eerder al samenwerkte met Eastwood voor de apenkomedie Any Which Way You Can) deze keer met The Dead Pool (1988)? Hij neemt de hele canon van de actiefilm stevig in de zeik.

Het begint al met een hoogst belachelijke scène waarin hoofdpersonage Harry Callahans auto wordt doorzeefd met mitraillettenvuur, maar hij desondanks ongeschonden uit het autowrak krieuwelt, en vervolgens de aanvallers telkens met één welgemikt schot omlegt.

Het kan alleen in een film als The Dead Pool, omdat hij een soort zelfbewustzijn heeft over het genre waarin hij zich bevindt. Ook de plot van de film zit daar diep in verankerd: het draait om een gokspelletje waarin kan worden ingezet op de levensduur van een aantal beroemdheden in San Francisco.

Tot, uiteraard, iemand het lot een handje gaat helpen. Die beroemdheden zijn allemaal filmacteurs en -regisseurs uit het exploitatiegenre, en ook de toen nog opkomende almacht van de nieuwsmedia wordt onder de loep genomen via een bemoeizieke tv-journaliste (Patricia Clarkson).

Van Horn, die vooral aan de kost komt als stuntman, laat echter ook je voorhoofdslobben niet onberoerd: een van de hoogtepunten in de film is een halve parodie op de achtervolgingsscène in Bullitt, waarin Callahans auto door de steile straten van San Francisco wordt achtervolgd door een met explosieven geladen telegeleid wagentje.

Vrijdag 15 juli, VT4, 23u45