Dit middenstuk van Francis Ford Coppola’s monumentale Godfather-epos rijgt eigenlijk twee films aan elkaar. We zien ten eerste het verhaal van de jonge Don Vito Corleone: in de eerste Godfather werd hij door Marlon Brando vertolkt als een oude man, hier zet Robert De Niro hem in de gedaante van een jonge leeuw, die door pure financiële noodzaak met vieze zaakjes begint.

Die historie wordt parallel verteld met het contemporaine verhaal van Don Michael Corleone (Al Pacino), de jongste zoon van de ondertussen overleden ouwe baas die het familie-imperium overneemt.

Het grote verschil tussen de twee dons zijn hun morele toonaarden. Vito zien we, ergens in de jaren ‘'20, zich ontpoppen tot een plantrekker en een genadeloze moordenaar als het voortbestaan van zijn gezin ervan afhangt. Zoonlief Michael, daarentegen, is een heel ander verhaal: hij zet de morele corruptie die zijn ziel in de eerste Godfather begon aan te vreten gewoon verder, tot er aan het einde van de film niets meer overblijft dan een levenloze schulp waarin alleen nog opgekropte woede zit. Woede voor een eenvoudiger leven als muzikant, dat hem was misgund door de zonden van de vader.

Onthoud vooral dat The Godfather II wellicht de beste film uit de reeks is, en dat er tegelijkertijd de grote Hollywoodregisters in worden opengetrokken. De scènes met Vito Corleone spelen zich af in een natuurgetrouw nagebouwd Little Italy, New York, uit de jaren ’20, die met zoonlief Michael aan het roer vormen een epischer tableau en gaan van hetzelfde New York in de jaren ’70 naar Las Vegas en Havana.

Woensdag 9 november op Canvas om 20u40