Hoe maak je een opvolger voor een prent die zeventig jaar na datum nog steeds geboekstaafd staat als een van de grootste films aller tijden? Dat kon Orson Welles vurig aan zijn reet roesten, want toen hij The Magnificent Ambersons in de cinemazalen bracht was zijn Citizen Kane, want dat is het meesterwerk waar we het zonet over hadden, geflopt.

Met Kane zette hij namelijk een sleutelverhaal neer waarin krantenmagnaat William Randolph Hearst in de zeik werd genomen, en die laatste was daar zo malcontent over dat hij de cinemavertoning van de film boycotte. Citizen Kane kreeg pas het cachet van een meesterwerk toen hij in de jaren ’50 op tv werd uitgezonden.

Maar genoeg van dat geschiedenislesje. Een jaar na Kane kwam dus The Magnificent Ambersons, en ook in dié film druipt Welles’ genie van het scherm. De grootmeester ging wel op de rem staan op stilistisch gebied, maar de invloeden en technieken die hij had meegepikt uit zijn eerdere prent duiken ook weer in dit familie-epos op. Zoals Welles’ neiging om dialogen nogal dik aan te zetten, een hebbelijkheid die hij ongetwijfeld meebracht uit de tijd dat hij hoorspelen in elkaar stak voor de radio.

Zondag 28 april op Eén om 14u00