Stephen Frears’ The Queen (2006) belicht een turbulente tijd in de Britse samenleving (de dood van Diana én de overgang naar een Labourregering in 1997) vanuit het oogpunt van een bevoorrechte buitenstaander: de met een ingetogen gratie door Helen Mirren neergezette koningin Elizabeth II.

In een mindere film zou dat een handige insteek zijn geweest om toch nog eventjes de vermeende betrokkenheid van het koningshuis bij die dodelijke autocrash in een Parijse tunnel te exploreren. Maar Frears had grotere plannen met het materiaal: hij bouwde zijn film bijna volledig op uit korte scènes met bijtende dialogen, waarin de laatste wortels van het ancien régime en de nieuwe, geglobaliseerde en gemediatiseerde wereld beenhard tegenover elkaar komen te staan.

Want Mirren doet haar koningin een goed stuk van de film volharden in de boosheid en het protocol, terwijl de nieuwe Labourpremier Tony Blair (Michael Sheen) haar ertoe probeert te overhalen om - ondanks het feit dat de populaire Diana op dat moment allang niets meer met het koningshuis te maken had - toch een publiek teken van sympathie naar het rouwende volk uit te sturen.

Zaterdag 2 juni op Nederland 2 om 19u30