Eigenlijk bedoelde hij het goed. Het hoofdpersonage in The Ringer, gespeeld door Jackass-idioot Johnny Knoxville, wil meedoen aan de Special Olympics om geld op te halen voor zijn tuinman, die een beetje door zijn schuld met zijn tengels in de snijbladen van de grasmaaier was terechtgekomen, en zijn voor het leven vluchtende oom (Brian Cox), die nog maar eens in de schulden is geraakt.

Iemand die zich voordoet als gehandicapte, zeker in een omgeving als de Special Olympics: het is een thema waarme je al snel over de schreef gaat. The Ringer staat vanzelfsprekend bol van de stoute en politiek incorrecte witzen, maar de echte gehandicapten worden wél in hun waarde gelaten, en zelfs behandeld met respect - het is uiteindelijk Knoxville alleen die er de idioot in uithangt, maar dat is zijn handelsmerk.

Andere lui wier stempel op de film plakt zijn de Farrelly Brothers, die rotzakjes die ook al achter There’s Something About Mary en Me, Myself and Irene zaten, en hier optraden als uitvoerend producent.

Zondag 24 juli, Jim, 20u30