De Amerikaanse cult-animatics The Simpsons is tegelijkertijd een tekenfilmpje om mee te lachen, een icoon van de maatschappelijke tegenstroom, en een postmodern meesterwerk waarin komaf wordt gemaakt met de artificiële scheiding tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur.

Maar de grote kracht van de reeks is dat niet iedereen dat hoeft te merken. Die legendarische ‘gelaagdheid’ is een element waarop - terecht - erg vaak wordt gewezen: de grappen in de reeks gaan van Homer die naar een wereldbol kijkt en zegt: ‘Kijk, er bestaat een land dat You Are Gay heet’ (Uruguay natuurlijk), via diezelfde Homer die niet naar de kerk wil gaan omdat ‘God toch overal is?’, tot jongste dochter Maggie, die naar de Ayn Rand-kindercrèche wordt gestuurd, en in de geest van de ultraliberale filosofe haar fopspeen wordt afgenomen. 

Situatiehumor, heilige huisjes die gewoon voor de lol omver worden geschopt, maatschappijkritiek, zelfreferentie zelfs: op bepaalde momenten geven de Simpsons duidelijk aan dat ze goed weten dat ze in een animatiefilm zitten. Al die dingen zitten tegelijkertijd in The Simpsons zonder dat ze elkaar in de weg lopen.

Zaterdag 7 september op VIER om 18u15