De Amerikaanse muzieklobby RIAA verliest een aanklacht tegen een koppel dat auteursrechtelijk beschermde muziek heeft gedeeld via P2P-programma Kazaa. Volgens de rechter is er pas sprake van inbreuk wanneer de bestanden worden gedownload.

Pamela en Jeffrey Howell worden sinds 2006 vervolgd door de RIAA. Het koppel gaf het gebruik van Kazaa toe, maar niet voor het delen van muziekbestanden. De bewuste muzieknummers zijn kopieën van originele cd’s die het koppel bezit en zijn enkel voor persoonlijk gebruik. In zijn verklaring voor de rechtbank zegt Jeffrey Howell dat de nummers niet in zijn gedeelde map stonden. Het Kazaa-programma heeft echter zonder duidelijke reden ook zijn persoonlijke documenten, waaronder de bewuste bestanden, gedeeld.

Het stel heeft geen advocaat, maar de Electronic Frontier Foundation (EFF) springt voor hen in de bres. In een brief ter verdediging zegt de organisatie dat het beschikbaar stellen van bestanden op zich geen schending is van het distributierecht. Dit is volgens de Amerikaanse wetgeving enkel het geval als er daadwerkelijk een nummer wordt gedownload.

De rechter is het eens met de redenering van de EFF, waardoor de klacht van de RIAA niet langer geldig is. De vraag blijft echter wel in welke mate het controleerbaar is dat een nummer wordt gedownload. Als een auteursrechtenorganisatie dit niet kan aantonen, gaat de beklaagde immers vrijuit voor dit aspect. Anders loopt de schadeclaim al snel op.

Met een bijdrage van Steven Musil, CNet.