Was Kevin Costners passieproject Waterworld echt het rampzalige onding dat men er destijds van maakte, of was het een visionaire ecoparabel? Je mag het zelf zeggen, maar we stellen alleen maar vast dat deze film in 1995 in de zalen draaide, toen het hele Global Warming-discours nog schier onbekend was, en toch al een toekomstige wereld durfde te presenteren die, na het afsmelten van de poolkappen, volledig bedekt is met oceanen.

En dan komt het mooie: die boodschap werd verpakt in twee uur en een kwart pure avonturentrash, met medeproducent Costner als de eerste mutant die aangepast is aan de nieuwe omgeving (de man heeft kieuwen achter zijn oren zitten, waardoor hij ook onder water kan overleven). Hij gaat, met een vrouw (Jeanne Tripplehorn) en haar dochter op sleeptouw, op zoek naar het laatste plekje droog land (hint: denk ‘Himalayagebergte’), maar krijgt de vileine piratenbende van Deacon (een zalig over de top acterende Dennis Hopper - de man werd ervoor beloond met een Razzie) achter zich aan. 

Dat Waterworld een commerciële flop was, bleek uiteindelijk een mythe (in de VS deed hij het slecht aan de bioscoopkassa, in de rest van de wereld behoorlijk goed), maar de film werd wél gefileerd door critici. Die hadden echter een paar verwijzingen gemist: het feit dat Costners hoofdpersonage alles - zelfs zijn urine - recycleert, en dat hij zich uitsluitend voortbeweegt met hernieuwbare energie (wind), terwijl de booswichten gebruik maken van speedboten, jetski’s en andere vervuilende vehikels.

Zie je? Misschien is het moment toch gekomen om ook je eigen mening over Waterworld te herzien.

Donderdag 3 januari op 2BE om 20u35