Het design van de 6000-reeks leunt nauw aan bij de duurdere 7000-reeks. De erg luchtige ogende maar stevige draaipoot doet het toestel al zwenken met een lichte aanraking.

Van een kader is er eigenlijk geen sprake meer: rond de schermrand zit enkel een metalen lint. Het scherm laat wel ongeveer een centimeter ruimte onbenut, zodat je toch nog een kleine zwarte rand ziet.

Ook op aansluitingen hoef je kennelijk niets in te leveren. Je beschikt over vier HDMI-aansluitingen, die allemaal naar onder en opzij gericht staan, en dankzij de bijgeleverde hoekse verloopstekker voor de component video-aansluiting zal wandmontage niet veel problemen veroorzaken.

Op de afstandsbediening ontbreekt de ‘Cursor Remote’ die we kennen van de duurdere modellen, zodat je geen dingen meer kan aanwijzen op het scherm. We vinden dat absoluut geen verlies. Op zich is zo’n cursor remote wel handig, maar dan moet de interface daar ook perfect voor gemaakt zijn en responsief uit de hoek komen. Laat dat nu net twee dingen zijn waarin deze Philips te kort schiet.

De remote beschikt achteraan wel over een toetsenbord en gebruikt radiosignalen in plaats van IR. Richten hoeft dus niet, en vooral wanneer je het toetsenbord gebruikt is dat een groot voordeel.

De interface van Philips is niet echt een toonbeeld van vlotheid. Dat is niet te wijten aan een overdaad aan grafisch geweld en mogelijk zelfs niet aan een te zwakke processor, maar heeft vooral te maken met een onoordeelkundig gebruik van animaties in allerlei menu’s. Daardoor zit je soms secondenlang te wachten op het resultaat van een druk op de knop.

Zelfs een functie zoals de ‘Options’-toets – waarachter toch een aantal belangrijke functies schuilen, zoals het volume van de hoofdtelefoon of het kiezen van de beeldmode – zit gekluisterd aan een trage animatie. Het Philips-menu is nochtans duidelijk en goed gestructureerd. Het uitschakelen van enkele animaties zou de gebruikservaring ongetwijfeld sterk verbeteren.