Slim combineren

Voor deze test leek het ons een leuk idee om die oefening zelf een keer te maken. De Pioneer-website is daar alvast een uitstekend startpunt voor, aangezien de verschillen tussen de diverse modellen er netjes in een overzicht worden gegoten.
 


Op basis van die gegevens stelden we een set samen die zowel inzet op mogelijkheden als geluidskwaliteit, met een A-50 stereoversterker en PD-50 SACD-speler - beide te koop voor 599 euro per stuk. Die vullen we voor deze test aan met de N-50 netwerkspeler, die hier eerder al uitgebreid aan bod kwam. Daarom richten we ons in deze test in de eerste plaats op de versterker en SACD-speler.

De PD-50 is meteen ook de topper bij de SACD-spelers van Pioneer, en dat vertaalt zich in heel wat mooie technologie. Zo steunt deze speler bijvoorbeeld op een verstevigde bodemplaat, beschikt hij over gescheiden voedingen voor de analoge en digitale circuits, en maakt hij gebruik van Hi-bit 32-signaalverwerking – een upsamplingtechniek van Pioneer die 16-bit signalen naar 24-bit omzet met het oog op een betere reproductie van kleine nuances in muziek.

Kenmerken die de PD-50 overigens deelt met de N-50 netwerkspeler, en die in combinatie met een aantal andere tweaks moeten zorgen voor een geluidskwaliteit die ook veeleisende muziekliefhebbers weet te overtuigen.

Maar er is meer. De N-50 en PD-50 bevatten eveneens een aantal extra’s die een stereoset heel wat flexibeler maken. Zo zien we op de achterkant van beide spelers niet alleen digitale uitgangen, maar ook telkens twee digitale inputs. Daardoor zijn de CD- en netwerkspeler ook bruikbaar als DAC voor andere digitale bronnen, ideaal wanneer je de geluidskwaliteit van je tv of settopbox een duwtje in de rug wil geven.

De N-50 netwerkspeler doet er zelfs nog een USB-ingang voor een computer bovenop, aangevuld met AirPlay en – wat had je gedacht – streamingmogelijkheden. Een iPod-compatibele USB-ingang is op beide spelers aanwezig.

gerelateerde items